Veel stappenplannen die je op internet vindt om je keuze te bepalen wat betreft zonnepanelen zijn niet compleet. En het advies van installateurs is er meestal op gericht om zoveel mogelijk zonnepanelen te verkopen en plaatsen. Onderstaande adviesmodule bestaat uit een aantal vragen om tot de juiste keuze te kunnen komen. En geeft antwoord of de vraag welk systeem en welk aantal panelen er bij je eigen situatie past.

Zonnepanelen op schuin dak

Vraag 1: Hoeveel stroom wil ik zelf opwekken?

Check eerst wat je gemiddelde energieverbruik is. Het is namelijk niet rendabel om meer stroom op te wekken dan je verbruikt. Er zijn energiebedrijven die geen grens stellen aan het terugleveren van stroom, zoals Greenchoice, maar de meeste bedrijven stellen daar een maximum aan. Kijk dat dus even na bij je huidige leverancier. Als je meer wilt opwekken dan de huidige energieleverancier toelaat, kan het nodig zijn om over te stappen.

Vraag 2: Hoeveel zonnepanelen heb ik nodig?

Als je weet hoeveel stroom je wilt gaan opwekken, kun je met een eenvoudig sommetje uitrekenen hoeveel zonnepanelen je hiervoor nodig hebt. Deel het aantal gewenste kWh/ jaar door de factor 0,85. Een voorbeeld: je verbruik is 3500 kWh en je wilt het grootste deel daarvan (3000 kWh) opwekken met zonnepanelen. Je hebt dan dus nodig: 3000 kWh/ 0,85 = 3530 Wp aan zonnepanelen. Deze vuistregel gaat ervan uit dat de zonnepanelen op het zuiden worden geplaatst. Als dat niet kan op jouw dak, moet je waarschijnlijk een percentage van de opbrengst aftrekken. Dat percentage kun je berekenen met de instralingsschijf.

Duurzame keuze zonnepanelen

Vraag 3: Hoe groot moet de vrije groep in de meterkast zijn?

Hoeveelheden tot 3680 Wp kun je altijd aansluiten. Kies je er voor een groter vermogen te plaatsen, check dan of je het gewenste vermogen kunt invoegen op een vrije groep in de meterkast. De mogelijkheden worden bepaald door de grootte van je hoofdaansluiting. Die gegevens over de hoofdaansluiting kun je opvragen bij de netbeheerder. Als de hoofdaansluiting te klein is voor jouw plannen, kies dan voor minder zonnepanelen. Het vergroten van de hoofdaansluiting brengt hogere vaste kosten met zich mee, waardoor het plaatsen van de zonnepanelen meestal niet meer interessant is.

Zonnepanelen groep meterkast

Vraag 4: Hoeveel panelen passen op mijn dak?

Maak een tekening met de juiste afmetingen van het meest geschikte (zuidelijk gelegen) dakvlak. Schaal 1:100 is een goede schaal. Teken dakramen, schoorstenen en andere obstakels op de juiste plek in. Daarna kun je gaan puzzelen met verschillende typen zonnepanelen. Kijk naar de afmetingen van de verschillende types zonnepanelen en bepaal welke het best, in de gewenste hoeveelheid, op het dakvlak passen. Houd daarbij rekening met de volgende factoren:

Algemeen: 

  • Houd bij voorkeur 1 meter afstand van de dakrand bij een plat dak. En houd een halve meter afstand van de dakrand en de nok bij een pannendak. Als dat niet kan, is het nodig extra ballast (platdak) of dakhaken (pannendak) te gebruiken. 
  • Houd op een plat dak 2,75x de hoogte van obstakels afstand in verband met schaduwval (bijv. bij een schoorsteen van 75 cm moet je 0,75×2,75= 2,06m afstand houden om schaduwval op de panelen te voorkomen).

Ga bij een schuin pannendak als volgt te werk:

  • Bepaal hoeveel panelen per (horizontale) rij geplaatst kunnen worden. Op een pannendak kunnen panelen zowel staand (portrait) als liggend (landscape) gemonteerd worden op montagerails. Aan het eind van de rails en tussen de panelen komen klemmen van 20mm breed. Houd hier rekening mee bij het intekenen. (bijv. bij 5 panelen van 991mm op een rij maak je het volgende sommetje: 5×991+6×22= 5087mm). De montagerails kunnen zowel horizontaal als verticaal gemonteerd worden. Als de rails in de lengterichting achter de panelen lopen worden echter wel extra materiaalkosten berekend.
  • Bepaal hoeveel rijen er geplaatst kunnen worden.
  • Bepaal met welk type/ afmeting zonnepaneel u de ideale rijopstelling behaalt.

Doe het volgende bij een plat dak:

  • Bepaal wat de benodigde afstand tot de dakrand is volgens de rekenregels bij onderstaande tekening. Bepaal eerst of het gebouw een kubusvorm heeft of lang en plat is. Maak daarna het sommetje om de no go-zone te berekenen. Zonnepaneel randzone rekensom
  • Bepaal hoeveel panelen per rij geplaatst kunnen worden. Om schaduwval van de rijen zonnepanelen onderling te voorkomen, dienen de rijen met zonnepanelen onderling een bepaalde afstand te hebben. Deze afstand is afhankelijk van de hellingshoek, waaronder u de zonnepanelen plaatst. U kunt kiezen uit 25, 15 of 10 graden. Hoe kleiner de hoek, hoe dichter de rijen op elkaar mogen staan en hoe meer panelen u kunt plaatsen. Een hoek van 15 graden levert 0-5% verlies op ten opzichte van 25 graden. Een hoek van 10 graden levert 5-10% verlies op ten opzichte van 25 graden.
  • Bepaal met onderstaande tabel en tekening hoeveel rijen (array’s) er geplaatst kunnen worden.

    Schema rij afstand zonnepaneel

    Rekenvoorbeeld: een pv-paneel met een lengte van 1,4 meter, dat onder een hellingshoek van 15° wordt geplaatst, moet volgens de tabel een verhouding tussen lengte en afstand van 2,0 (zie tabel 1) hebben. De optimale afstand tussen de rijen is dus 2,0 * 1,4 = 2,8 meter. Let op, de afstand tussen de paneelrijen wordt gemeten tussen de onderzijden van de betreffende zonnepanelen (zie ook figuur 1).

    Figuur 1 pv-array: bepaling hellingshoek ( a) , paneellengte (l) en array-afstand (d)

    Tekening afstand zonnepaneel plat dak

  • Bepaal met welk type/ afmeting zonnepaneel u de ideale rijopstelling behaalt.

Vraag 5: Welke omvormer?

Je weet nu welk aantal panelen je kunt plaatsen en welk type paneel het best past in jouw situatie. Nu nog een passende omvormer kiezen. Om zoveel mogelijk elektrisch vermogen aan een zonnepaneel te onttrekken “zoekt” de omvormer voortdurend naar het punt waarbij het product van paneelstroom en spanning maximaal is. Dat wordt het ‘Maximum Power Point’ (MPP) genoemd. Het MPP verschuift zodra de instraling of de temperatuur van het paneel veranderd. Een omvormer heeft altijd één of twee MPP trackers. Alle zonnepanelen van hetzelfde type, die onder eenzelfde hoek, met dezelfde windrichting liggen kunnen aangesloten worden op 1 omvormer. Als een van die factoren afwijkt is er een extra omvormer of een omvormer met meerdere MMP-trackers nodig. Een eenvoudige omvormer volstaat over het algemeen en is het goedkoopst. Er zijn speciale omvormers voor panelen waar sprake is van schaduwval, voor als je draadloos wilt monitoren op je pc en er zijn omvormers die stiller zijn dan de normale.

Stap 6: Vraag een offerte aan

Met de gegevens uit bovenstaand overzicht kom je beslagen ten ijs als je offertes wilt gaan opvragen. Dat kan onder andere op de website van de maker van dit handige stappenplan en leverancier van zonnepanelen: bespaarbazaar zonnepanelen. Ben je er helemaal uit? Dan kun je met die offerte eventueel ook nog subsidie aanvragen.